Gender

Wie de agrarische bedrijven beheert, over hoeveel grond vrouwen beschikken en in welke mate zij toegang hebben tot machines, ondersteuning en afzetmarkten.

Wie beheert de agrarische bedrijven

De agrarische sector van Suriname wordt vaak geassocieerd met mannen die met agrarische machines op rijstvelden werken. De Zesde Agrarische Telling telde 14.409 agrarische bedrijven — en 5.692 daarvan hebben een vrouw als bedrijfshoofd.

Dat is 40% van alle agrarische bedrijven in het land, tegenover 35% bij de vorige telling in 2008.

Hoewel het landelijke aandeel 60% mannen en 40% vrouwen bedraagt verschillen de verhoudingen per district aanzienlijk..

Aan de ene kant wordt in het binnenlanddistrict Brokopondo 77% van de agrarische bedrijven door vrouwen beheerd — dat betekent dat er voor elke mannelijke bedrijfshoofd meer dan drie vrouwelijke bedrijfshoofden zijn.

Aan de andere kant, het rijstdistrict: in Nickerie wordt slechts 8% van de bedrijven door vrouwen beheerd — ongeveer twaalf mannelijke bedrijfshoofden op elke vrouwelijke.

De aanwezigheid van vrouwen is het sterkst bij agrarische bedrijven die door één persoon worden beheerd: 40% van de gezinsbedrijven met één bedrijfshoofd, tegenover slechts 18% van de gezinsbedrijven met meer dan één bedrijfshoofd en rechtspersonen.

Slechts 3,9% van de agrarische bedrijven heeft een bedrijfshoofd die lid is van een agrarische organisatie. Deze kleine groep bestaat vrijwel volledig uit mannen: van de 556 bedrijven met een lidmaatschap, hebben slechts 79 een vrouwelijke bedrijfshoofd — ongeveer 1 op de 7.

Het verschil is het grootst bij het lidmaatschap van waterschappen: vrouwen hebben 3% lidmaatschap van de waterschappen, geconcentreerd in Nickerie.

Eén district vormt een duidelijke uitzondering: in Marowijne bestaat 54% van de leden van organisaties uit vrouwen — een aanwijzing dat deze verschillen niet overal hetzelfde zijn.

Wie de vrouwelijke bedrijfshoofden zijn

Aandeel vrouwelijke bedrijfshoofden naar leeftijdsgroep

Hoewel de bedrijfshoofden van Suriname over het algemeen vergrijzen, zijn vrouwen het sterkst aanwezig in de leeftijdsgroep 25–54 — 43% van de bedrijfshoofden in deze leeftijdsgroep is vrouw, tegenover 34% onder de 55-plussers.

Formeel onderwijs zorgt voor een duidelijk verschil binnen de sector: vrouwen vormen 59% van de bedrijfshoofden zonder enige scholing, waarvan slechts 15% met een universitaire graad.

Formele agrarische training komt nauwelijks voor — 95,5% van de bedrijfshoofden heeft agrarische kennis informeel opgedaan — en het weinige dat er is gaat naar mannen: van de 648 agrarische bedrijven waarvan de bedrijfshoofden enige agrarische opleiding heeft gevolgd, worden er slechts 120 door vrouwen beheerd.

Het aandeel vrouwen als bedrijfshoofd is het hoogst bij bedrijven met één huishoudlid. Het zelfstandig beheren van een agrarisch bedrijf, met de minste scholing en zonder formele training, is daarmee onevenredig vaak een situatie waarin vrouwen verkeren — en vormt een belangrijk aandachtspunt voor ondersteuning.

Gender verschillen in Suriname volgt de culturele geografie: Marron- en Afro-Surinaamse agrarische bedrijven worden het meest beheerd door vrouwen (60% en 55%), terwijl 86% van de Hindostaanse en Javaanse agrarische bedrijven door mannen wordt beheerd.

Grond en areaal

Aandeel bedrijven en bedrijfsareaal beheerd door vrouwen

Het aantal bedrijven vertelt een ander verhaal dan de verdeling van bedrijfsareaal. Vrouwen beheren 40% van de agrarische bedrijven, maar hebben slechts 10% van de bedrijfsarealen in beheer.

Gemiddeld beheert een vrouw 0,91 hectare tegenover 5,13 hectare voor een man — een agrarisch bedrijf dat ongeveer vijf keer zo klein is.

Het verschil zit niet overal: in Marowijne en Brokopondo beheren mannen en vrouwen vrijwel even grote percelen (1,45 tegenover 1,36 ha; 0,40 tegenover 0,37 ha).

Het is vooral het commerciële kustgebied waar de verschillen sterk uiteenlopen: in Coronie is het gemiddelde agrarische bedrijf van een man 21 keer zo groot als dat van een vrouw, en in Commewijne 15 keer zo groot.

Formele grondrechten blijven nog verder achter bij het beheer: vrouwen hebben 18% van de percelen met formele titel, tegenover 40% van de agrarische bedrijven die zij beheren.

Eén teeltsysteem volgt een ander patroon: 42% van alle agrarische bedrijven bewerkt ten minste één shifting cultivation aanplant, waarvan 63% door vrouwen wordt beheerd — vrijwel allemaal in Sipaliwini, Brokopondo en Marowijne. Met 3.786 bedrijven is shifting cultivation de grootste afzonderlijke vorm van agrarische activiteit onder vrouwen in het land, maar tegelijkertijd ook de minst zichtbare in statistieken en ondersteuningsprogramma’s.

Middelen, geld en advies

Aandeel vrouwelijke bedrijfshoofden per machine groep

Mechanisatie volgt de verdeling van het bedrijfsareaal: van de agrarische bedrijven die gebruikmaken van irrigatie- en drainageapparatuur, wordt slechts 4% door vrouwen beheerd, en 5% daarvan maken gebruik van oogstmachines.

Eén groep valt duidelijk op: 66% van de bedrijven die verwerkingsapparatuur gebruiken, wordt door vrouwen beheert — en creëert daarmee extra waarde na de oogst. Ook bij de overwegend door mannen uitgevoerde landbewerking zien we verschillen: van de bedrijven die een kettingzaag gebruiken, wordt 58% door vrouwen beheert. De kettingzaag is het enige werktuig voor landontginning dat relatief goedkoop en gemakkelijk met de hand te dragen is.Ter vergelijking: slechts 4% van de bedrijven die een tractor gebruiken, wordt door vrouwen beheert.

Gebouwen en structuren voor veehouderij komt weinig voor en wordt voornamelijk door mannen beheerd: slechts 17,5% van alle bedrijven beschikt over een vorm van huisvesting voor dieren. Het aandeel van de vrouwen ligt bij elk type onder de 40% — slechts 13% bij rundveestallen en 27% bij pluimvee hokken, het dichtst bij de 40%.

Agrarische steun bereikt vrijwel niemand: slechts 1,9% van alle agrarische bedrijven ontving financiële ondersteuning — 280 bedrijven in het hele land, waarvan 81% in Nickerie. Van deze bedrijven werden er slechts 10 door vrouwen beheerd. Dat is 4%, terwijl vrouwen 40% van alle agrarische bedrijven beheren.

In Sipaliwini, waar vrouwen 62% van de bedrijven beheren, werd geen van de 16 ondersteunde bedrijven door een vrouw beheerd.

Ook voor agrarische voorlichting blijft het bereik gering: 5,9% van de bedrijven ontving voorlichting — en het aandeel was bij mannelijke bedrijven 60% hoger dan bij vrouwelijke.

Twee districten laten zien dat het anders kan: in Sipaliwini is 58% en in Marowijne 52% van de bedrijven die agrarische voorlichting kregen, vrouwelijk beheerd — terwijl in Brokopondo en Coronie helemaal geen bedrijven met agrarische voorlichting zijn geregistreerd.

Bestemming en verkoop

Aandeel vrouwelijke bedrijfshoofden naar aandeel verkochte productie

Hoewel 62,5% van de bedrijven meer dan de helft van hun productie verkoopt, neemt het aandeel vrouwen af naarmate het marktaandeel toeneemt: zij vormen 54% van de bedrijven die een tiende tot de helft van hun productie verkopen, en 29% van de bedrijven die vrijwel alles verkopen.

Hetzelfde patroon is zichtbaar in wat er wordt verkocht: vrouwen vormen 45% van de verkopers van eenjarige gewassen, maar slechts 27% van de verkopers van meerjarige gewassen — gewassen zoals fruitbomen die jaren nodig hebben om te groeien en langdurige toegang tot grond vereisen.

Bij de verkoop van dierlijke producten zijn vrouwen het sterkst vertegenwoordigd in de pluimveesector: 31% van de verkopers van slachtkippen en 26% van de verkopers van eieren is vrouw. Bij rundvee en zuivel zijn vrouwen daarentegen nauwelijks vertegenwoordigd: 96% van de rundveeverkopers en 95% van de melkverkopers is man.

En opnieuw laat het binnenland een heel ander beeld zien: in Brokopondo wordt 76% van de agrarische bedrijven die gewassen verkopen door vrouwen beheerd, en in Sipaliwini 64%.

Thematisch rapport

Gender, vee en gewassen in één rapport: wie de agrarische bedrijven beheert, welke dieren zij houden, en welke gewassen zij telen.