Methodologie

Van wie werd geteld tot veldwerk, interviews en kwaliteitscontrole: hoe de telling van 2025 is opgezet en uitgevoerd.

De agrarische telling in het kort

Wat was de agrarische telling?

10 districten

Een landelijk beeld

De eerste agrarische telling sinds 2008 verzamelde informatie over landbouwbedrijven in heel Suriname.

Wanneer vond de telling plaats?

Jan – mrt 2025

Drie maanden veldwerk

Grond en dieren werden geteld zoals ze er op 13 januari 2025 voorstonden, zodat elk interview hetzelfde moment beschreef.

Hoe werden gegevens verzameld?

CAPI

Persoonlijke interviews op tablets

De gegevens werden verzameld met CAPI op tablets — de eerste keer dat deze dataverzamelingsmethode bij een agrarische telling in Suriname werd toegepast, met controles direct in de vragenlijst.

Hoe groot was de veldoperatie?

123

Veldmedewerkers

De interviewers en supervisors voerden de telling uit onder coördinatie van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV).

Hoeveel bedrijven werden geteld?

14.409

Landbouwbedrijven

De resultaten beschrijven landbouwbedrijven uit alle tien districten, met een aangepaste aanpak voor de kustvlakte, Paramaribo en het binnenland.

Wat mat de telling nog meer?

SDG 5.a.1

Rechten van vrouwen op landbouwgrond

Een aparte module ondersteunt rapportage over eigendom en zeggenschap van vrouwen over landbouwgrond.

Waarom landbouw tellen?

Een agrarische telling is meer dan het tellen van landbouwbedrijven. Ze vormt het vertrekpunt om veranderingen over langere tijd te begrijpen en om actuele landbouwinformatie te blijven verzamelen.

  1. Zien hoe de landbouw verandert

    De nieuwe cijfers kunnen worden vergeleken met eerdere tellingen, vooral die van 2008. Zo worden veranderingen zichtbaar in landbouwbedrijven, grondgebruik, productiesystemen en de mensen die in de landbouw werken.

  2. Plannen waar ondersteuning nodig is

    Informatie op landelijk, districts- en lokaal niveau helpt bij beslissingen over grond, irrigatie, voorlichting, voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling.

  3. Landbouwinformatie actueel houden

    De telling leverde een actuele lijst van landbouwbedrijven op. Daardoor zijn kleinere en goedkopere onderzoeken mogelijk, kan informatie vaker worden bijgewerkt en hoeft niet iedere landbouwer elke keer mee te doen.

  4. Bestaande informatie verbeteren

    De resultaten vormen een betrouwbaar vergelijkingspunt voor gegevens die het ministerie al verzamelt en helpen ontbrekende of verouderde informatie op te sporen.

  5. Rechten op landbouwgrond begrijpen

    De telling vroeg wie landbouwgrond bezit of daar rechten op heeft. Zo kunnen verschillen tussen vrouwen en mannen zichtbaar worden en kan worden onderzocht waar zekere landrechten ontbreken.

Wat is een landbouwbedrijf?

De telling telde landbouwbedrijven — de basiseenheden waarover informatie werd verzameld. Wat telde was wie de landbouwactiviteit als één geheel beheerde, niet een enkel stuk grond.

Een landbouwbedrijf omvat alle grond, dieren en andere landbouwactiviteiten die als één geheel worden beheerd door dezelfde persoon, hetzelfde huishouden, dezelfde groep of organisatie.

Landbouwbedrijf

Eén beheer

  • Persoon Eén persoon neemt de belangrijkste beslissingen
  • Huishouden Leden van hetzelfde huishouden beheren samen
  • Groep Meerdere personen beheren als groep
  • Organisatie Een bedrijf, coöperatie of overheidsinstelling

Landbouwactiviteiten

  • Grond Eén perceel of meerdere, op één plek of meerdere — nog steeds één bedrijf
  • Gewassen Eenjarig, permanent, semipermanent, braakgrond en weide
  • Dieren Runderen, kleine herkauwers, varkens en pluimvee
  • Bijen en visvijvers Bijenteelt en aquacultuur tellen ook mee
Hoe werd bepaald wie meetelde?

Veldmedewerkers stelden elk huishouden of elke organisatie eerst een korte reeks screeningsvragen.

  1. De vragen controleerden of er gewassen, dieren, bijenteelt of andere landbouwactiviteiten aanwezig waren.
  2. De antwoorden werden vergeleken met landelijke minimumgrenzen.
  3. Wanneer aan minstens één grens werd voldaan, telde de eenheid als landbouwbedrijf en volgde het volledige interview.
Wat is de officiële definitie?

Een economische eenheid van landbouwproductie onder één beheer, bestaande uit alle grond en dieren die geheel of gedeeltelijk voor landbouwproductie worden gebruikt, ongeacht eigendom, rechtsvorm of het aantal percelen en locaties.

Hoe klein is nog een landbouwbedrijf?

Één grens was genoeg. Tien kippen, één rund of honderd vierkante meter cassave maakten van een huishouden een landbouwbedrijf.

Telt als landbouwbedrijf zodra één hiervan geldt

Gewassen en grond

0,01 ha eenjarige gewassen, braakgrond of semipermanente gewassen
0,05 ha permanente gewassen
0,5 ha grasland of weide
20 m² sierplanten of bloemen voor verkoop, of prei, selderij en bladui

Dieren en bijenteelt

1 rund
2 geiten, schapen of varkens — of 1 fokzeug
10 kippen, of 10 eenden, ganzen of kalkoenen
5 bijenkasten

Aquacultuur

1 visvijver voor aquacultuur

Antwoorden van eenheden die onder alle grenzen bleven, werden bewaard om de dekking te meten en het bedrijvenregister op te bouwen.

Welke activiteiten telden niet als landbouwbedrijf?
  • Bosbouw, houtkap, jacht of verwerking zonder primaire landbouwproductie
  • Fokkerij van huisdieren en dierenmarkten zonder landbouwproductie
  • Openbare tuinen en uitsluitend decoratieve beplanting

Eén land, drie manieren van veldwerk

Dezelfde aanpak werkt niet overal. Landbouwactiviteit, bewoningspatronen, reisafstanden en bereikbaarheid verschillen sterk tussen de kust, Paramaribo en het binnenland.

  1. Kust en goed bereikbare gebieden

    Volledige dekking

    Veldmedewerkers brachten Wanica, Commewijne, Saramacca, Coronie, Nickerie, Para en het bereikbare deel van In Marowijne werden twee aanpakken gebruikt: de bereikbare kustgebieden werden volledig bezocht, terwijl in het afgelegen binnenland dorpen werden geselecteerd. volledig in kaart.

    Veldmedewerkers gingen van deur tot deur en screenden ieder huishouden en elke organisatie. Ieder landbouwbedrijf dat aan de voorwaarden voldeed, kreeg de volledige vragenlijst.

  2. Paramaribo

    Geselecteerde woonblokken

    In de hoofdstad ligt landbouw meer verspreid. Daarom bezochten veldmedewerkers 47 van de 472 woonblokken in Paramaribo—ongeveer één op de tien.

    Elk huishouden en landbouwbedrijf binnen een geselecteerd blok werd benaderd.

  3. Het binnenland

    Geselecteerde dorpen

    Door de reisafstanden en bereikbaarheid is het niet haalbaar ieder dorp te bezoeken. Daarom werden dorpen geselecteerd in Brokopondo, Sipaliwini en het afgelegen deel van In Marowijne werden twee aanpakken gebruikt: de bereikbare kustgebieden werden volledig bezocht, terwijl in het afgelegen binnenland dorpen werden geselecteerd..

    De grootste dorpen werden altijd opgenomen. In elk geselecteerd dorp werden alle huishoudens gescreend.

Hoe het bredere beeld wordt berekend

Hoe geselecteerde gebieden ook andere gebieden vertegenwoordigen

Woonblokken en dorpen werden volgens een vaste methode geselecteerd, niet alleen omdat ze gemakkelijk bereikbaar waren.

  1. Gebieden selecteren

    Woonblokken of dorpen worden zo gekozen dat ze een beeld geven van het bredere district.

  2. Iedereen daar bezoeken

    Binnen elk geselecteerd gebied screenen veldmedewerkers alle huishoudens en interviewen zij ieder landbouwbedrijf dat meetelt.

  3. Het bredere resultaat berekenen

    Bij de analyse krijgen die antwoorden het juiste aandeel, gebaseerd op hoeveel van het district ieder geselecteerd gebied vertegenwoordigt.

Gecombineerd met de volledig bezochte gebieden levert dit betrouwbare resultaten voor districten en het hele land op, zonder dat iedere afgelegen of stedelijke locatie hoeft te worden bezocht.

Hoe zag het interview eruit?

Interviews werden persoonlijk gehouden en antwoorden direct op een tablet ingevoerd. Het gesprek volgde een vaste opbouw en toonde alleen vervolgvragen die pasten bij een eerder antwoord.

De opbouw van een gesprek

  1. Een korte eerste check

    Eerst werd gevraagd of het huishouden in 2024 gewassen teelde, dieren of bijen hield, of aquacultuur bedreef. Daarna werd gecontroleerd of de activiteit groot genoeg was om mee te tellen.

  2. Het landbouwbedrijf beschrijven

    Waar vonden de activiteiten plaats? Werd het bedrijf door één persoon, meerdere personen of een organisatie geleid? En wie was de houder of manager?

  3. Land en productie

    De vragen gingen verder over de totale oppervlakte, afzonderlijke percelen, landgebruik, gewassen en irrigatie. Bij veehouders werd gevraagd welke dieren op de peildatum aanwezig waren en hoeveel.

  4. Mensen en middelen

    Ook kwamen de mensen die op het bedrijf werkten, gebruikte machines, gebouwen, financiële steun en landbouwopleiding aan bod.

  5. Controleren en afronden

    Voor het afsluiten hielp de tablet om ontbrekende of opvallende antwoorden te controleren. De respondent kon ook nog opmerkingen meegeven.

Twee jaar werk vóór het eerste interview

Een agrarische telling lijkt drie maanden veldwerk. Daaraan gingen bijna twee jaar voorbereiding vooraf: iedere vraag werd geschreven, besproken, bij boeren getest, herschreven en opnieuw getest.

Van eerste ontwerp tot landelijk veldwerk

  1. Maart 2023

    Het ontwerp begint

    Het ministerie en de FAO nemen de vragenlijst van 2008 door, leggen die naast de internationale standaard en voegen toe wat nu telt: kassen, hydroponics, bijenteelt en rechten van vrouwen op landbouwgrond.

  2. Heel 2023

    De vakmensen raadplegen

    Overleg met de afdelingen van het ministerie, de ressortkantoren en FAO-specialisten. Gewassenlijsten, diersoorten en categorieën voor landgebruik worden herschreven zodat ze passen bij hoe er in Suriname echt geboerd wordt.

  3. Sept – okt 2023

    Leren werken met de tablet

    Een FAO-expert traint tien dagen lang medewerkers van het ministerie in het bouwen en begeleiden van een digitale telling. Het ministerie had niet eerder volledig digitaal gegevens verzameld.

  4. November 2023

    De eerste echte interviews

    De werkgroep legt de conceptvragenlijst in twee rondes voor aan 50 boeren in Wanica. Vragen die achter een bureau logisch klonken, blijken op het erf herschreven te moeten worden.

  5. 20 mei – 9 juni 2024

    Een volledige generale repetitie

    Twintig medewerkers voeren een complete proeftelling uit in twaalf gebieden in Commewijne en Marowijne, inclusief rivierovertochten per boot. Vragen, tablets, training, werkdruk en logistiek worden allemaal in de praktijk getest.

  6. Eind 2024

    Klaar voor het hele land

    De vragenlijst wordt nog één keer herzien, het tabletprogramma daarop aangepast en het trainingsmateriaal afgerond. In januari 2025 begint het landelijke veldwerk.

Van antwoorden naar betrouwbare statistieken

Een ingevulde vragenlijst werd niet meteen een eindcijfer. De antwoorden gingen door meerdere controles voordat ze in de resultaten kwamen.

  1. Tijdens het gesprek

    De tablet wees op ontbrekende, onmogelijke of opvallende antwoorden.

  2. Controle door de supervisor

    Supervisors controleerden de vragenlijsten en stuurden ze zo nodig terug voor navraag.

  3. Opschonen en vergelijken

    Het datateam zocht naar dubbele records, ontbrekende informatie en antwoorden die niet bij elkaar pasten.

  4. Onafhankelijke nacontrole

    In geselecteerde gebieden werd opnieuw gecontroleerd of landbouwbedrijven waren gemist of dubbel geteld.

  5. Veilig publiceren

    Persoonlijke gegevens blijven beschermd; de website toont alleen samengevoegde resultaten.

Elke stap verkleinde de kans dat een fout in de uiteindelijke cijfers terechtkwam.

Een basis voor de toekomst

De telling is geen eindpunt. Ze leverde een actuele lijst van landbouwbedrijven op. Daardoor kunnen kleinere onderzoeken vaker worden uitgevoerd, tegen lagere kosten en met minder vragen voor boeren.

Het vertrekpunt

Agrarische Telling 2025

Een nieuw landelijk ijkpunt en een actuele lijst van landbouwbedrijven.

  • Vaker nieuwe informatie

    Kortere onderzoeken naar gewassen en vee kunnen ieder jaar veranderingen volgen.

  • Minder belasting voor boeren

    Voor elk gericht onderzoek hoeft slechts een kleinere groep landbouwbedrijven te worden benaderd.

  • Verandering zichtbaar maken

    Nieuwe cijfers kunnen met 2025 worden vergeleken en laten zien waar de landbouw verandert.

De volgende stap is al gezet

April 2026

Het eerste jaarlijkse onderzoek naar gewassen en vee met de nieuwe lijst uit de telling werd uitgevoerd.

Verantwoordelijkheid en partners

De Zesde Agrarische Telling was een nationale operatie, uitgevoerd door het ministerie en ondersteund door nationale en internationale partners.

  • Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij

    Leiding en uitvoering

    Met de Census Working Group, ressortkantoren, veldmedewerkers en supervisors.

  • Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties

    Technische ondersteuning

    Ondersteuning bij methodologie, training, de digitale vragenlijst en gegevensverwerking.

  • Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank

    Financiële ondersteuning

    Via het Sustainable Agricultural Productivity Program (SU-L1052).

  • E-gov van de Surinaamse overheid

    Digitale infrastructuur

    De digitale omgeving voor de veilige ontvangst en opslag van de gegevens.

  • Inter-Amerikaans Instituut voor Samenwerking op Landbouwgebied

    Rol nog te bevestigen

    IICA staat op de omslag van het rapport; de precieze bijdrage moet nog worden bevestigd.

Methodologierapport

Voor meer informatie over hoe de Zesde Agrarische Telling van Suriname is opgezet en uitgevoerd — concepten, steekproef, veldwerk, gegevensverwerking en kwaliteit — download het volledige methodologierapport.